Loading

Een stukje geschiedenis

Posted in /

Koper- en bronstijd

Al vanaf 5500 jaar voor Christus werd erts omgesmolten tot koper. Deze periode luidde dan ook de kopertijd in. Vanaf ongeveer 3000 jaar voor Christus ging men echter over tot het gebruik van brons, een legering van koper en tin. De voordelen van brons ten opzichte van koper zijn het lagere smeltpunt en zijn hardere eigenschappen. Dit maakte brons tot een veelzijdiger product, want in tegenstelling tot koper, konden er van dit materiaal ook werktuigen en wapens gemaakt worden.

De productie van brons vergde echter een vooruitstrevende handel en logistiek, daar de kopererts op een compleet andere plek werd gedolven dan tinerts.

IJzertijd

In 1200 voor Christus deed de ijzertijd zijn intrede. Met de ontwikkeling om hogere temperaturen te bereiken in de zogenoemde laagovens, kreeg men de mogelijkheid om ijzer te bereiden. Ten tijde van de 12e eeuw startte men met door waterkracht aangedreven blaasbalgen te gebruiken. Hierdoor konden grotere laagovens geconstrueerd worden.

Hoogovens

Vanaf het einde van de 15e eeuw kwamen dan eindelijk de hoogovens in West-Europa in opkomst. Deze ovens konden de hoge temperaturen bereiken die vereist zijn voor het bereiden van vloeibaar ijzer.

Houtskool

 

Tot het jaar 1700 werd voor het opstoken van de hoog- en laagovens houtskool gebruikt. Vanaf 1709 werd deze grondstof echter zo schaars, dat men over moest op een alternatief. Dit werden de zogenoemde steenkoolcokes. Door het gebruik van deze cokes kon de productie van ijzer enorm worden uitgebouwd en versneld. Dit heeft een erg belangrijke rol gespeeld in de opkomst van de industriële revolutie.

Puddeloven

In 1784 werd de puddeloven geïntroduceerd. Met de puddeloven kon staal of smeedijzer uit gietijzer worden bereid. Het proces van een puddeloven noemt men puddelen en het product heet puddelijzer.

De puddeloven is in 1783 uitgevonden door de uit Engeland komende ijzerfabrikant Henry Cort. Een puddeloven is een liggende vlamoven waarin ijzer verhit wordt, doordat de vlam over het ijzer heen strijkt. Dit verhit het ijzer op een dusdanige manier dat het niet volledig smelt maar een deegachtige massa verkregen wordt. Zo’ puddeloven werd niet verhit met het schaarse houtskool maar met steenkool.

Door het product dat uit de puddeloven komt te smeden werd het ontdaan van slak. Slak is een bijproduct wat voornamelijk bestaat uit vloeibare oxiden. De bovengenoemde door Henry Cort ontwikkelde methode werd dry puddling genoemd.

Wet puddling

Naast dry puddling was er ook het door de eveneens uit Engeland afkomstige Joseph Hall ontwikkelde wet puddling. Hall ontwikkelde dit in 1839. Hij voegde oud-ijzer, en later ijzerschilfers, toe aan de puddel methode. Dit zorgde voor een heftiger en efficiënter procedé.

Puddelstaal

Het bereiden van puddelstaal werd mogelijk vanaf 1835. Puddelstaal heeft een lager koolstofgehalte dan smeedijzer, en werd pas rond 1850 geïntroduceerd op industriële schaal. Echter door het op de markt komen van nieuwe en efficiëntere staalbereidingsmethoden zoals het in 1855 gepatenteerde Bessemerprocedé, heeft puddelstaal nooit een hoge vlucht genomen. Saillant detail echter: De Eiffeltorenis geconstrueerd uit puddelstaal.

Comments